Terug naar hoofdinhoud
Judith Brandwijk
Dit blog is geschreven door iQ Coach Judith Brandwijk

Over emoties, emoticons en rollende ogen

Over emoties, emoticons en rollende ogen

Ik ben dol op het gebruik van emoticons in mijn appjes. Ik gebruik ze te pas en soms ook te onpas. Ze helpen me om dingen die ik voel, maar soms niet goed onder woorden kan brengen, te uiten. Af en toe merk ik echter dat het ook verwarring kan geven in de communicatie. Ik gebruik de emoticons naar eigen inzicht en weet niet heel precies waar de verschillende emoticons officieel voor staan. Zo had ik eens een emoticon met rollende ogen gebruikt om mijn verwarring uit te drukken, bleek de ander het heel anders op te vatten...

Zo gaat het soms ook in het ‘offline’ leven: dat je emoties en gevoelens niet goed kunt opmerken en interpreteren. Zo’n 10% tot 13% van de bevolking heeft alexithymie, ook wel emotionele blindheid genoemd. Mensen met alexithymie hebben moeite met herkennen dat ze iets voelen, ze kunnen niet goed onderscheiden wat ze precies voelen en als ze er iets over willen zeggen kunnen ze de woorden hiervoor niet vinden. In het digitale gebruik kan het tot misverstanden leiden als je een emoticon verkeerd gebruikt, maar ook daarbuiten is het een belemmering in de sociale interactie als je emoties en gevoelens niet goed kunt herkennen, begrijpen en benoemen. Daardoor kan de communicatie stroef verlopen. Bovendien dreigen in geval van een hulpvraag de ‘echte’ problemen dan verborgen te blijven.

Bij mensen met autisme komt alexithymie veel vaker voor dan gemiddeld: naar schatting heeft zo’n 50% van de mensen met autisme alexithymie. Ik merk dat mensen bij wie dit speelt gemakkelijk zaken over het hoofd zien. Zo had ik een cliënt die alles ‘stress’ noemde. Nu had deze cliënt veel dingen in zijn leven die stress opleverden, dus dát hij veel stress ervaarde was zeker begrijpelijk. Maar niet alles wat hij als stress labelde was ook daadwerkelijk stress. Als coach hielp ik daarbij door te benoemen en te ondertitelen, bijvoorbeeld: “Je noemt dit stress, maar ik denk dat hierbij ook iets anders speelt. Ik denk dat je vooral verdriet ervaart.”

Daarnaast heb ik cliënten die juist heel veel voelen. In reactie daarop heeft de buitenwereld hun soms geleerd dat ze ‘te gevoelig’ zijn of ‘te veel’. Ook ervaren ze soms zelf alles wat ze voelen als zo overweldigend dat het moeilijk is om erbij te komen. Dan is het fijn om samen met iemand anders te onderzoeken wat je allemaal voelt, hoe je daar meer inzicht in krijgt en hoe je ermee om kan gaan.  

Als coach verzamel ik met mijn cliënt de puzzelstukjes rondom een situatie. Wat speelt er allemaal mee in deze situatie? Wat denk je hierover? Maak je het groter of juist kleiner? Wat is de feitelijke situatie? Wat merken jij en ik aan jouw lijf als je vertelt over deze situatie? Wat ervaar jij in je lijf? Op welke manier? Voel je fysieke sensaties, komen er beelden boven, voel je een disbalans of juist balans op verschillende plekken? Waar gaat dat dan over? Zo gaan we stap voor stap steeds een laagje dieper en proberen we heel precies gewaar te worden wat zich afspeelt. Indien nodig proberen we daar woorden aan te koppelen, bijvoorbeeld: “Wat je nu voelt is zeer waarschijnlijk schaamte. Je bent geschrokken en je zou willen dat dit niet gebeurd was.”

De letter P van de PILLAR staat voor presentie en die zet ik bij dit werk veel in. Voor mij betekent dat present zijn bij mezelf, zodat ik present kan zijn bij de ander. Ik maak dat concreet door mezelf soms als voorbeeld te gebruiken, want voor cliënten kan het soms gemakkelijker zijn om met wat afstand emoties en gevoelens te onderzoeken en zo te leren hoe dat werkt. Vervolgens nemen we een voorbeeld van henzelf om daarmee hetzelfde te doen.

Heb ik iets geleerd van de misvatting rondom mijn ‘rollende-ogen-emoticon’? Ik zou graag volmondig ‘ja’ willen zeggen. Het eerlijke antwoord is echter dat ik weliswaar vaker even nadenk over het gebruik van een specifieke emoticon, maar dat het geregeld te verleidelijk is om ze toch te gebruiken🫣.

Ik ben benieuwd hoe dat bij jou gaat: in hoeverre ben jij je ervan bewust hoe je emoties en gevoelens ervaart en hoe je hierover communiceert?