1 aanmelden nieuwe client

iQ Coaches

  • levenscoaching
  • pillar
  • voorlichting

Zonnige zaterdagen - over grenzen bepalen en bijtanken

 

sunny_afternoon.jpg 


Het is zaterdagochtend. De zon schijnt en er is letterlijk en figuurlijk geen wolkje aan de lucht. Terwijl ik mijn nieuwe knalgele jurk aantrek en mijn favoriete parfum opspuit bedenk ik me, wat ik allemaal voor leuks kan gaan doen. Op maandag werk ik nooit, dus ik heb drie hele dagen om precies te doen waar ik zin in heb. Drie dagen totale vrijheid, ik heb er zin in! Het begint al met de keuze van mijn jurk en mijn parfum. De dagen dat ik aan het werk ben, kan ik die jurk niet dragen en ook geen parfum. De meeste mensen met wie ik werk zijn namelijk gevoelig voor prikkels. Dus ook voor geuren en kleuren. Daar houd ik rekening mee.
 

En dan gaat de telefoon

Terwijl ik zo voor de spiegel sta en ondertussen aan het mijmeren ben waar ik het meeste zin in heb, deze zonnige zaterdag, gaat mijn telefoon. Ik zie dat het een collega is. Ik besluit niet op te nemen. Ik wil niet schakelen naar werken nu. Het is net zo leuk. Het kan vast wachten tot dinsdag. Ik ga door met mijn bezigheden en merk, dat ik af en toe denk aan mij collega en me afvraag waarom hij mij belt. Zou ik een collega bellen in het weekend? Nee, dat zou ik niet doen. Had ik dan toch op moeten nemen? Ik overtuig mijzelf ervan, dat ik het recht heb om niet op te nemen en dat als het dringend is, hij mijn voicemail wel in had gesproken of een bericht had gestuurd. Het lukt om het los te laten en ik hervat mijn mijmeringen en bezigheden.

De telefoon gaat weer. Het is één van mijn cliënten. Zij voelt zich vaak erg eenzaam. Zij is niet in staat om zichzelf op zulke momenten te begrenzen en zoekt dan wanhopig naar contact. Dit heeft geresulteerd in stalkgedrag, waardoor zij juist veel mensen van zich heeft verwijderd. Het is belangrijk voor haar, dat volstrekt duidelijk is hoe vaak, wanneer, waarover ze contact kan opnemen met anderen. De grenzen moeten als het ware extern worden aangedragen. Wij hebben daarom strakke afspraken over ons contact. Bellen op zaterdag hoort daar niet bij. Ik neem dus niet op.
 

Grenzen stellen en twijfelen

Ik ben een beetje geïrriteerd omdat ik na een intensieve werkweek wil genieten van deze heerlijke zaterdag en nu al voor de tweede keer gestoord wordt met zaken die daar niet bij horen. Ik merk ook, dat ik af en toe aan mijn cliënte moet denken. Ik weet hoe ze erbij zit nu en dat is hartverscheurend. Ik weet ook, dat ze het wel weer overleeft en dat we een plan hebben gemaakt met allerlei mogelijkheden die ze kan toepassen als ze zich zo voelt en dat ze familie heeft die dicht bij wonen, waar ze naartoe kan. Ik mag dus loslaten. Maar ik ben toch coach en moet toch “Present zijn”? Dat leren we tijdens de PILLAR-opleiding. Ondertussen moet ik echter ook mijn grenzen goed bewaken. We werken al lang heel hard samen aan het doel, dat zij zich minder eenzaam voelt. We hebben samen geleerd, dat we drie paden kunnen bewandelen. Namelijk de wereld om je heen aanpassen, je innerlijke wereld aanpassen en je kijk op zaken aanpassen (m.a.w. accepteren). Ik hoor haar zeggen: “Accepteren ja, jij hebt makkelijk praten” en dan mijn antwoord: “ja, dat klopt”. Ik merk, dat ik veel overtuigingskracht nodig heb om mijzelf ervan te overtuigen dat ik niet op hoef te nemen. Moet je wel altijd present zijn? Wat is dat dan precies? Ben ik nu misschien juist ook wel present, door duidelijk te zijn en me aan de afspraken te houden, door haar niet te geven wat ze op dit moment van mij wil. Ben ik wel een goede coach, ben ik wel een goed mens?
 

Het effect van mijmeren

Mijn mijmeringen over hoe ik deze heerlijke zonnige zaterdag met mij knalgele jurk en favoriete parfum ga invullen zijn veranderd in mijmeringen over mijn cliënte en mijn werk. Het lukt me om te schakelen als ik bewust wat afleiding heb gezocht en ik hervat mijn zonnige zaterdag zonder wolkje aan de lucht. Het blijkt echter nog een beproeving te worden, want kort na het laatstgenoemde telefoontje volgen nog een bericht van een collega en een bericht van de moeder van een andere cliënte. Ik voel hoe ik een knoop in mijn maag krijg als ik er aan denk, wat ik allemaal nog moet doen aankomende week. Hoe mijn hart samentrekt om het verdriet, de pijn, de angst waarvan ik weet dat die ander het op dit moment beleeft. Hoe mijn kaken gespannen zijn en eigenlijk mijn hele lijf, omdat ik geïrriteerd ben. Denkt iedereen altijd alleen maar aan zichzelf? Kan niemand rekening met mij houden en respecteren dat ik deze weekenden nodig heb om bij te tanken, los te laten, bij mijzelf te komen? Hebben anderen daar dan geen last van? Mag ik dan niet goed voor mijzelf zorgen, waarom snapt nu niemand hoe belangrijk dat is? Mijn hele weekend gaat naar de knoppen zo.

En dan om de zonnige zaterdag waar ik zo’n zin in had nog mooier te maken krijg ik ook nog twee privéberichten van mensen in nood. Ik besluit om ook deze te negeren. Ik bedenk me, dat dit allemaal vast niet voor niets gebeurt en dat ik pas op de plaats moet maken. Mijn hele kapstok aan gedachtes over mijn werk, mijn collega’s, mijn cliënten, mijn grenzen, mijn irritaties, mijn onzekerheden, mijn verleden overvalt me en ik maak ruimte om de zaken op een rijtje te zetten.

Ik breng in praktijk, wat ik mijn cliënten probeer te leren. Ik besef me, dat ik inderdaad makkelijk praten heb. Volgens mij heb ik neuro typische hersenen, ik ben gezond, pienter en heb een redelijk stabiele jeugd gehad, zodat mijn basis stevig genoeg is en mij in staat stelt om zaken uit mezelf in praktijk te brengen. Signaleren in mijn lijf wat er gebeurt, dit linken aan de gebeurtenis die dit veroorzaakt en de gedachtes die ik daarbij krijg, mijn gevoelens en gedachtes analyseren en ordenen, mijzelf tot de orde te roepen, bewuste keuzes maken in mijn handelen, weten wat van mij is en wat van die ander, welke rol mijn verleden speelt, etc. Allemaal zaken die voor vele van mijn cliënten moeilijk zijn, doordat hun basis minder stevig is. En ze kunnen er niks aan doen. Maar "ik kan er ook niks aan doen" is een gevleugelde uitspraak van mij. En dat meen ik oprecht. Ik kan er niks aan doen, dat het is zoals het is, het is niet mijn schuld, maar ik kan wel wat doen aan de huidige situatie, door er te zijn voor iemand, af en toe een zetje te geven, in iemand te blijven geloven en tools aan te reiken om toe te leren passen. Wat ik niet kan en niet wil doen is al mijn energie zomaar weggeven, wanneer een ander denkt dat hij mij nodig heeft. Er kan geen oneindig appèl worden gedaan op mijn energie. Ik beslis zelf wanneer en in welke vorm ik mijn energie voor de ander beschikbaar stel. Ik wil niet dat met mijn energie op een onverantwoorde manier wordt omgegaan door anderen.

Is dit wel zo onaardig als het klinkt?

Zo…….. Ik besef me, dat dit heel stellig, onaardig en streng klinkt. Laat ik wat uitleg te geven over hoe mijn weg is geweest om tot zo’n stellige mening te komen. Ik hoop dat andere hulpverleners, vrienden, familieleden die te maken hebben met mensen die meer sociaal-emotionele steun nodig hebben dan anderen zich begrepen, gesteund en gesterkt voelen. Je hoeft natuurlijk niet hetzelfde te vinden als ik, maar ik hoop je wel aan het denken te zetten om je eigen bewuste keuzes te kunnen maken.

Ik ben opgegroeid met een vader met ASS, een broertje dat blind is en ASS heeft en een moeder met NAH. Ik heb dus al jong geleerd om te gaan met moeilijk te begrijpen gedrag, zelf niet begrepen - en gezien te worden en me aan te passen aan de ander. Ik ben daardoor heel goed geworden in het aflezen van andermans lichaamssignalen om zo aan te zien komen wat er gaat gebeuren. Zodat ik me uit de voeten kon maken, maar beter niet zei wat ik wilde omdat de boel anders zou escaleren, extra aardig deed om de ander niet verdrietig te maken, etc.

Onderliggend de voortdurende pijn voor -en namens de ander, dat hij of zij deze beperking heeft en daardoor te lijden heeft. Dit maakte, dat ik een plicht voelde om dit allemaal goed te maken, want is ben gezond. De partners en vrienden die ik later in mijn leven naar mij toe trok of die naar mij toe trokken, waren allemaal mensen met hetzelfde gedrag als mijn vader en broertje. Er was weinig ruimte voor mijn wensen, mijn mening, mijn behoeftes, terwijl tegelijkertijd van mij verwacht werd mijn gedrag wel aan te passen aan de behoeftes van die ander. Die ander deed ook veelvuldig een appèl op mij. Er werd feilloos ingespeeld op mijn overtuiging, dat als ik niet voldeed aan die vraag ik een slecht mens was. En dat wilde ik niet zijn. Langzaam leerde ik te zien wat er aan de hand was en dat het niet vanzelfsprekend is, dat als iemand een appèl op mij doet, dat ik daar dan ook aan beantwoord. Dat ik daarin zelf een keuze mag maken. Dat ik "Nee" mag zeggen.

Ik leerde mijzelf de vraag te stellen: “Zou ik dit van die ander vragen?”, waarop het antwoord altijd "Nee" was. Ik leerde dat ieder zijn eigen pad mag lopen en zelf kiest hoe om te gaan met wat zich aandient op dit pad. Ik en de ander. Ik leerde het verschil te zien tussen een echte hulpvraag en een hulpvraag achter de vraag. Zo kreeg ik bijvoorbeeld te maken met verslaving. Als een verslaafde mij vraagt om drugs, dan denkt diegene op dat moment, dat dit is wat hij nodig heeft en dat is ook zo. Maar moet ik hem die drugs dan geven? Help ik hem daar echt mee? Nee, was mijn conclusie. En zo leerde ik ook kijken naar mensen wiens drugs de aandacht en energie van anderen is.

Er is zeker een hulpvraag, deze mensen lijden echt, maar dat los ik niet op door hen te geven wat zij op dat moment van mij vragen en dat maakt mij dus ook geen slecht mens. Toen ik dit allemaal geleerd had, was ik in eerste instantie boos op de mensen die zo met mij waren omgegaan en boos op mijzelf dat ik dit had laten gebeuren.
Toen kreeg ik kinderen. Eén kind ging in haar pubertijd steeds meer grenzeloos en agressief gedrag vertonen. Het werd van kwaad tot erger, ze was niet meer te handhaven in het regulier onderwijs en ging naar een ZMOK school.

Ondertussen zag ik alle politiebureaus en rechtbanken van binnen en zat regelmatig bij boze ouders op de bank om excuses te maken voor het gedrag van mijn dochter. Steeds zag ik ook haar onmacht en begreep dat er een oorzaak moest zijn voor haar gedrag. Ik had het meeste verdriet om haar lijden dat onder dat gedrag moest zitten. Gelukkig is het gelukt om haar iedere dag opnieuw te blijven zien en in haar te blijven geloven en is ze nu een geweldige jonge vrouw van 21, die haar leven goed op orde heeft en een fijn mens is. In die periode kwam ik wel voor het dilemma te staan dat daders dus ook slachtoffers zijn. Nu ging het om mijn dochter, maar dit ging dus ook over mijn ex-partner en mijn vader op wie ik zo boos was. Kun je iemand dan nog wel verantwoordelijk stellen voor wat voor gedrag dan ook? Werkt straffen dan wel? Hoe moet je daar nu mee om gaan? Poeh, ingewikkelde vraagstukken.

Hoe PILLAR duidelijkheid en rust bracht

Toen ging ik de PILLAR opleiding doen en werken als IQ coach. Voor het eerst leerde ik echt, wat ASS is. Ik begreep met terugwerkende kracht, hoe het komt, dat de mensen die zo egoïstisch en narcistisch met mij om waren gegaan er niets aan konden doen, maar zich wel zo gedroegen. Dat iemand met ASS bijvoorbeeld voortdurend in de alarmstand staat en daardoor snel geïrriteerd is of zelfs boos en agressief. Dat ook ik geïrriteerd gedrag kan laten zien als ik oververmoeid ben of veel stress heb. Ik kon me nu dus zelfs in hun verplaatsen. Dat als je ToM (Theory of Mind) niet goed werkt, je vaak niet weet wat anderen bedoelen en dat dit je wantrouwig kan maken, zelfs paranoïde en dat je geen rekening houdt met de ander, omdat je niet weet wat die ander nodig heeft. Of misschien je niet eens goed het verschil tussen jou en de ander ervaart. Dat als je centrale coherentie minder goed is, je misschien graag de baas wilt zijn en dat alles op jouw manier gaat, dat je altijd alles beter weet, omdat je zo controle probeert te houden over de onoverzichtelijke wereld om je heen. Dat als je executieve functies minder zijn, je moeilijk uit jezelf iets doet of van al die gedachtes er nu eens één uit gaat voeren. Dat je in al deze ellende iets zoekt wat je kan helpen en dat je kan denken dat ik het allemaal voor je oplos of dat drugs de oplossing is.

Ik begreep de onmacht en het onvermogen van deze mensen, maar ook de onmacht en het onvermogen van mij. Hoe had ik dit nu allemaal kunnen weten? Ik kreeg erkenning voor mijn eigen lijden. Want ASS, AD(H)D, ODD, PTSS daar heb je als heel gezin mee te maken. Natuurlijk proberen we de ander zo veel mogelijk te helpen om een zo fijn mogelijk leven te kunnen hebben. Maar net zoals mensen met ASS of ADHD af en toe pauze nodig hebben van alle prikkels om zich heen en hun gedrag niet meer goed onder controle hebben als dit niet op tijd gebeurd, geldt dit ook voor de mensen die dagelijks met hen omgaan. Zij hebben ook af en toe een pauze nodig om weer op te laden en aan zichzelf toe te komen, leeg te worden en er dan weer te kunnen zijn voor die ander. Dat maakt ze geen slechte ouder, partner, vriendin, mens. Het is niet meer dan eerlijk. Ook dat is gelijkwaardigheid. Dus lieve mensen, ik hou van jullie, maar op zonnige zaterdagen sta ik uit.

 iQ Coach Esther Polakesther3289

 

Hoe dan wel? zorginnovatie in de praktijk, de winst van de levensbrede begeleiding

Het nieuwe boek van Herman de Neef is uit!

Klik hier voor de preview van het boek

Klik hier om het boek via onze webshop te bestellen

hoe dan wel1

Persbericht "Hoe dan wel?"

 

hoe dan wel1

Vrijdag 24 november jl. ontving Swanet Woldhuis, directeur NVA,tijdens het drukbezochte jaarcongres van de NVA in het Beatrixtheater in Utrecht, het eerste exemplaar van het boek van Herman de Neef getiteld ‘’Hoe dan wel?’’.

Klik hier voor de printversie van het persbericht

Autisme en zingeving

herman witte blouse podium
Herman de Neef
vertelt hier over
Autisme en Zingeving

Boek bestellen

step0001390x113
Bestel hier het boek!
Je kunt je hier ook
inschrijven
voor onze workshop

Op weg naar rust bestellen

Op weg naar rust bestellen

Andere boeken

Andere boeken

Reacties en recensies

Reacties en recensies